Apple is maar liefst $340 miljard waard. Dat is veel geld. En ik wilde dat op ludieke en actualiteitsgevoelige wijze in beeld brengen. Ziehier het resultaat.
Opmerkelijk detail: die T2 tankers zijn relatief klein. Met $340 miljard krijg je een moderne tanker niet eens gevuld. Printerinkt is duur. Maar dat wist je al.
Als research voor de website van Klasse voor Leraren heb ik een onderzoekje gedaan naar online nieuwskoppen. Ik wilde voor mezelf eens in kaart brengen wat er zoal in de hoofdingen van artikels gestopt wordt. Welke knoppen, vermeldingen en andere toeters en bellen verschijnen daar?
Ik heb enigszins vanuit de losse pols (en daar schuilt een zwakheid in mijn methodiek) nationale en internationale nieuwssites gezocht, en dan telkens een screenshot genomen van de kop van een individueel artikel. Die heb ik verzameld in één pdf-document en dan een spreadsheet opgemaakt met een aantal parameters:
naam van de publicatie
land van origine
Facebookknop
Twitterknop
Andere social media of share-knoppen
Aantal reacties
Datum van publicatie
Tijdstip van publicatie
Auteur
Bronvermelding
Rubriek of andere context (tags, sectie)
Ondertitel (of bovenkop)
Al dan niet schreefloos lettertype
Het is interessant om te zien hoe verschillend artikelkoppen worden vormgegeven, eens je er begint op te letten. Ik heb me telkens beperkt tot de echte kop en de rest van de pagina buiten beschouwing gelaten. Soms was het zo dat er share-knoppen of de publicatiedatum in een aparte box in het artikel zelf stonden, maar dat is dus hier niet meegenomen. Het is wat kunstmatig, maar het leek me interessant om eens op die koppen te focussen.
Opmerkelijke vaststellingen
Alle Duitse nieuwssites hebben bovenkoppen bij de artikels. Dat zijn geen rubrieken, want ze zijn niet aanklikbaar en kunnen kennelijk telkens verschillen.
Vijf sites gebruiken ondertitels als duiding bij de kop. Allemaal Engelstalig, behalve NRC.Next.
Enkel Die Welt en The Telegraph hebben zowel ondertitel/bovenkop als aanklikbare rubrieken of andere context.
Wie geen Facebook-knop heeft, heeft quasi altijd ook geen Twitter-knop. Wired is de enige uitzondering, met enkel een Twitter-knop.
De grote meerderheid (77%) toont geen aantal reacties in de kop.
Alle Nederlandse sites, behalve NRC.Next, tonen geen social-media-knoppen, noch aantal reacties, in de titel.
Alle Amerikaanse sites vermelden een auteur bij artikels.
Vier sites hebben datum noch tijdstip van publicatie in de kop staan. Die hebben allemaal ook geen vermelding van reacties of Twitter, twee hebben een Facebook-knop.
Volgende stappen
Ik wil de lijst van sites uitbreiden of aanpassen zodat ‘ie meer representatief is. Misschien ook de volledige artikelpagina’s meer onder de loep nemen, in plaats van louter de koppen. Maar dat overzichtelijk houden zal niet simpel zijn.
Of het wat uitbreiden of duidelijker specifiëren en andere soorten sites onderzoeken: how-to-sites, online magazines, … Nu zitten er blogs en krantensites door elkaar onder het criterium ‘nieuws’, maar dat kan ook anders.
Eventueel ook het aantal parameters uitbreiden of aanpassen. Het is me terloops opgevallen hoeveel sites nog print- en e-mail-knoppen aanbieden. Ik vraag me af hoe vaak die gebruikt worden.
De makers van Machinarium hebben weer wat wonderlijks gemaakt: een interactieve videoclip. Zonder gesproken dialoog, vol vreemde landschappen en personages en met een bedrieglijk intuïtieve interactiviteit.
De briefing was ‘iets met een retro-achtige poes’. Et voila. Versie met wat meer kleur komt er ook nog aan, want kleurige meisjes verdienen kleurige logo’s. Of zo.
Voor het ontwerpen van website-achtergronden, je eigen behangpapier of textielpatronen heb je vaak een tekening nodig die eindeloos herhaalt, zonder dat je de overgangen ziet.
Dit is de manier waarop ik dat in Adobe Illustrator CS4 voor elkaar krijg. Het is niet de enige manier, en wellicht niet eens de beste. Maar het werkt vrij feilloos en is eenvoudig te realiseren. Om alle stappen te begrijpen, moet je overweg kunnen met de basis van Illustrator, ik leg niet alles haarfijn uit om het overzichtelijk te houden. De basis van dit proces zou je ook kunnen toepassen in andere programma’s als Inkscape, Corel Draw, of zelfs Flash. Lees verder »
Ik heb nog eens een ontwerp voor stof gemaakt, deze keer met dansende robots. De bestelde stof van Spoonflower is vorige keer wat flauw uitgevallen, deze keer ga ik de ontwerpen aanpassen volgens hun eigen color guide, om zo te proberen de kleuren juister te krijgen. Fingers crossed!
Stel, je bent een boer. Stel je hebt een stel schapen, die moeten grazen. En stel, je hebt een gigantisch groot stuk land, maar niet meer dan honderd meter draad. Wat is de beste manier om een omheining te maken voor je schapen zodat ze zoveel mogelijk grasland hebben?
Het lijkt logisch dat een omtrek altijd een even grote oppervlakte omsluit, los van de vorm van de figuur. Maar dat klopt niet. Noorwegen en Oman hebben ongeveer dezelfde oppervlakte, maar de omtrek van Noorwegen is ongeveer 24 keer groter. Meer details in deze infografiek:
Je vindt ‘m op Flickr terug in het Engels en het Nederlands, en je kan ‘m ook als PDF downloaden. Zoals steeds vrij te gebruiken volgens Creative Commons licentie.
Op de Social Media Day in Antwerpen gaf @thebrandbuilder (Olivier Blanchard, een Amerikaanse Fransman) een hele reeks concrete tips voor het inschakelen van social media in communicatie, PR en marketing. De meeste daarvan zijn ondertussen eigenlijk al algemeen gekend: wijs dat niet toe aan de stagiair, betrek de hele organisatie en niet enkel ‘de social media ploeg’ of -erger- ICT, ga actief de dialoog aan, enzovoort. Maar Blanchard liet niet na om ook de vinger op de zere wonde te leggen en de hype te temperen.
Change management
Dé uitdaging bij effectief gebruik van sociale media. ‘t Is te zeggen: je moet niet alleen plannen maken, je moet ze ook in de praktijk kunnen omzetten, en dat betekent vaak je organisatie fundamenteel hervormen. Niet iets dat je zomaar even doet om hip te doen.
Feedback van de klanten bereikt een organisatie traditioneel met heel wat vertraging en omwegen. Beschaafd geformuleerd in rapporten en statistieken. Social media geven je vrij directe toegang tot de ongezouten mening van klanten. Dat kan wel eens een koude douche zijn, zoveel rauwe en onversneden negativiteit ineens. Maar vergis je niet: die meningen en gesprekken zijn er ook zonder dat je ze online gaat lezen. ‘t Is pas nu dat je er ook iets mee kan doen.
Actieve dialoog met klanten vereist de betrokkenheid van de hele organisatie. Afhankelijk van wat voor gesprekken er online aan de gang zijn, heb je expertise nodig uit allerlei hoeken. Als dan de marketingafdeling het ‘social media getto’ is, zit je met een probleem, want je kan dan alleen wollige marketingtaal verkopen. En dat doorprikken je klanten echt heel snel.
Blanchard gebruikte het Greenpeace-Nestle incident in zijn presentatie, als voorbeeld van hoe het niet moet. Zijn advies was dat Nestlé meteen had moeten reageren in de zin van: “Ja, wij oefenen druk uit op de prijs van palmolie, waardoor die niet duurzaam gewonnen wordt en zeldzame Oerang-Oetangs hun habitat kwijtspelen. Maar anders kost je KitKat €3 in plaats van €1, en dat is voor niemand goed.” Ik wist eerlijk gezegd niet wat ik hoorde. Een fundamenteel foute houding of onmenselijk gedrag krijg je niet rechtgetrokken met ‘juiste’ communicatie. Dan moet je het potje gedekt houden, en dat lukt niet op Facebook.
The Dark Side?
Dat is exact hetgeen ik hier ook al eens heb verteld, eigenlijk. Olivier Blanchard is iets optimistischer over de mogelijkheid van commerciële bedrijven om authentiek-menselijk te zijn op sociale media, dat is ook zijn job natuurlijk. Ik blijf toch vrezen dat veel bedrijven voor de ‘quick-win’ zullen gaan met een promotie hier, een opgeklopte hype daar en immer positieve marketingboodschappen. Temeer omdat het op de jobmarkt in de marketingsector een jobhoppen van jewelste is. Wat zou je je dan gaan bezighouden met een strategie die verder kijkt dan een jaar of drie?
Meatspace
Blanchard benadrukte ook het belang van de echte, fysieke ‘sociale media’. Contacten en relaties die je in de echte wereld opbouwt, zijn namelijk veel duurzamer dan wat je online kan realiseren. Dat hebben we bij Klasse ook door. De Lerarenkaart organiseert mee filmpremières en lerarendagen, Maks! doet guerilla-acties op scholen en werkt mee aan Stressfactor, Yeti heeft de Yetiklas en Yeticlaxon, Klasse voor Ouders de koffiekar. Dat kost allemaal veel geld en vooral veel tijd, ook omdat we dat niet uitbesteden aan een field-marketingbedrijf dat daar een stel jobstudenten in een grappig pakje zet. Nee, onze journalisten, redacteurs en secretariaatsmensen (en ook al wel eens een vormgever) zelf staan daar, mensen die de producten door en door kennen en die de filosofie van de organisatie mee uitdragen. Het is promotie, marktonderzoek en research tegelijk.
Het gebruik van online kanalen is daar een aanvulling op, weliswaar een heel krachtige aanvulling. Blanchard gebruikte in zijn workshop de term ‘force multiplier‘, wij zouden dat ‘het multiplicator-effect’ noemen. Door het verspreiden van foto’s, het online verzamelen van reacties en online contacten leggen, bouw je de community verder uit en ondersteun je ‘fans’. Tevreden klanten zorgen zo vanzelf voor nieuwe klanten. Maar met online alleen kom je er niet, of toch heel moeilijk. De persoonlijke, menselijke relatie is fundamenteel offline. Facebook, bijvoorbeeld, wordt vooral gebruikt voor het digitaliseren van je ‘echte’ sociale netwerk. En we weten al sinds de tijd der IRC- en chatmeetings dat het omgekeerde ook gebeurt: mensen die elkaar van op Internet kennen, willen ook in het echt elkaar ontmoeten. Dat versterkt banden en creëert duurzame relaties. Een community.
Conclusie
Blanchard vergeleek het ontwikkelen van een succesvol social mediabeleid met het planten van een boom in je tuin. Je moet dat voorbereiden, de juiste omstandigheden creëren, er de juiste plaats voor vinden én tijd geven om te laten groeien (gehoord, @listraet?) Niet snelsnel meedoen met de massa, maar doordacht een duurzaam beleid uitstippelen. En je mag daar best echte en meetbare resultaten aan koppelen, zolang die ook duurzaam zijn en niet ingegeven door hype of een wedstrijdje om-het-meeste-volgers/-fans. Over hoe je resultaten kan meten had Blanchard vrij concrete tips, maar daarvoor verwijs ik graag naar zijn boek.
Olivier Blanchard gaf ook nog heel nuttige informatie over crisiscommunicatie, maar dat verdient een apart blogbericht, waarin ik mijn advies rond trollen verder kan aanvullen en verbeteren. Zijn advies kwam ook sterk overeen met het dossier van Klasse over crisiscommunicatie, maar dan met een social media twist.
Ik laat nog even de mens zelf aan het woord, Franse charme op z’n best:
“I am not an artist” was zo ongeveer het eerste wat ‘ie zei, deze keetschoppende Duitser. Hij is een ambachtsman, ten dienste van de klant. De verwarring tussen vormgevers en kunstenaars vindt volgens Spiekermann haar oorsprong in het feit dat ze beide artistieke middelen gebruiken, maar hetgeen ze doen is compleet verschillend. En de toon was gezet. Spiekermann heeft een paar toonaangevendelettertypes, en de typografische stijl van de Deutsche Bahn op z’n naam staan en zit niet verlegen om een straffe mening meer of minder. Zijn grafisch werk vind ik persoonlijk stukken minder dan zijn lettertypes, maar hij kan het alvast heel goed uitleggen:
Die clip komt uit de extra’s van Helvetica, een geweldige documentaire over wat zo ongeveer het meest zichtbare onzichtbare lettertype ter wereld moet zijn.
Erik Spiekermann is 62 en viel daarom alleen al op tussen de andere sprekers, maar ‘t geeft hem ook een zekere autoriteit. Spiekermann was een verfrissende recht-door-zee afwisseling.
Sterk punt uit zijn presentatie was zijn antwoord op de vraag: “Why do we need so many fonts?”
Een lettertype is een karakter, een gezicht, een identiteit. Net zoals er bijna zeven miljard mensen zijn die allemaal verschillen.